Klanten willen onze medewerkers overnemen: kans of dilemma?
Laatst belde een medewerker mij om te sparren over de inhoud van zijn opdracht. De aangeleverde informatie en verwachtingen liepen uiteen. Dan is het prettig om samen te zoeken naar een oplossing.
Na het inhoudelijke gesprek kwam er nog iets ter sprake. De klant vroeg hem of hij niet in dienst wilde treden. Op de functie die hij nu als interimmer vervult.
Ik vertelde dit aan mijn omgeving en kreeg meteen allerlei vragen. Vragen die bij mij eerlijk gezegd nooit speelden. Toen ik er later over nadacht, waren ze overigens niet eens zo gek.
Moet je dan meer salaris bieden?
De eerste reactie was:
“Dan moet je hem zeker meer salaris bieden om hem te houden?”
Mijn antwoord was simpel: nee.
In mijn salarishuis zit daar geen ruimte voor. Ik betaal iedereen precies wat diegene verdient. Geen verborgen opslagen. Geen onnodig hoge marges. Gewoon een eerlijke beloning die past bij ervaring en ambitie.
Concurrentiebeding inzetten dan?
De volgende vraag:
“Houd je hem dan aan zijn concurrentiebeding? Of laat je de klant daarvoor betalen?”
Ook dat niet.
Als een klant onze medewerkers vraagt om in dienst te treden en mijn medewerker twijfelt, dan zie ik dat als een groot compliment. Blijkbaar hebben we samen iets goed neergezet. Blijkbaar heb ik voor zowel medewerker als klant de juiste match gemaakt.
Als mensen en organisaties je goed behandelen, vind ik dat je dat moet teruggeven. Zolang de relatie goed is, zie ik geen reden om moeilijk te doen.
Remt dit je groei?
De laatste vraag was misschien wel de meest terechte:
“Vind je het dan niet jammer? Groei je zo niet minder snel?”
Groei is niet mijn drijfveer.
We groeien best hard, maar niet omdat dat de strategie is. Onze strategie is om lokale overheden de best mogelijke service te bieden. En om de beste mensen aan ons te binden om dat mogelijk te maken.
Medewerkers verliezen is nooit leuk. Zeker niet omdat ik iedereen persoonlijk ken. Sommigen al meer dan mijn halve leven. Misschien maakt dat het ook makkelijker om er nuchter naar te kijken. Ik weet wie het zegt. Ik ken de drijfveren en motivatie. En ik begrijp dan ook heel goed waarom iemand twijfelt. Zeker als de functie echt bij diegene past.
Trots, ook als iemand blijft
Wat laatst gebeurde, is geen uitzondering. Opdrachtgevers vragen vaker of onze mensen bij hen in dienst willen komen.
Tot nu toe is er nog niemand overgestapt. Dat maakt me eerlijk gezegd trots. Ik roep altijd dat ik alleen maar goede mensen heb. En ik meen dat. Zo’n vraag bevestigt dat het geen loze woorden zijn.
Nog trotser word ik als medewerkers aangeven dat ze toch liever blijven. Dat zegt namelijk ook iets over ons als werkgever. Dat onze arbeidsvoorwaarden passen bij de markt. En dat wij een fijne werkgever zijn.
En als iemand tóch vertrekt?
Mocht het ooit zover komen dat iemand vertrekt, dan voelt dat dubbel. Ik verlies een goede medewerker. En iemand met wie ik een persoonlijke band heb.
Maar de trots en blijdschap voor diegene en de klant zullen snel de overhand nemen. De wereld van lokale overheden is klein. Ik geloof in het motto: wie goed doet, wie goed ontmoet.
Goed omgaan met klanten en medewerkers zorgt ervoor dat iedereen positief terugkijkt op de samenwerking.
En mocht iemand ooit heimwee krijgen?
Dan is diegene altijd welkom om weer terug te keren. 😉